Dragen met heupdysplasie- heupluxatie - Draagconsulent Aafke Veldman
16742
post-template-default,single,single-post,postid-16742,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-theme-ver-10.0,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive

Dragen met heupdysplasie- heupluxatie

Dragen met heupdysplasie- heupluxatie

Dragen en heupdysplasie of een heupluxatie. Kan dat wel?

Is er bij je kindje heupdysplasie of een heupluxatie geconstateerd, dan kan je zeker je kindje blijven of gaan dragen. Wanneer je je kindje ergonomische draagt, wordt de juiste houding voor de ontwikkeling van de heupen ondersteund namelijk de M- houding. Dit is ook houding die het spreidmiddel, brace of gips geeft aan je kindje. Je kunt dragen in de draagdoek of ergonomische drager MET het spreidmiddel aan.

 

          

Wil je graag gaan dragen en heeft je kindje een spreidmiddel dan wordt er aanbevolen om onder begeleiding van een draagconsulent met een aanvullende opleiding of ervaring op dit gebied te gaan kijken hoe je je kindje het beste kan dragen.  Als gecertificeerd draagconsulent kan je hiervoor uiteraard bij mij terecht. 

Wat is heupdysplasie of een heupluxatie?

Als na de geboorte blijkt dat het heupgewricht niet goed ontwikkeld is, is er sprake van een aangeboren heupafwijking. Het heupgewricht is een kogelgewricht. Bij het lopen en bewegen draait de heupkop van het dijbeen soepel rond in de kom van het bekken. Dat is mogelijk omdat er op de kop en in de kom een laag kraakbeen zit. Bij heupdysplasie is het heupgewricht niet goed ontwikkeld. De heupkom is niet diep genoeg en omsluit de heupkop niet goed. De heupkop kan daardoor gemakkelijk uit de ondiepe kom glijden. Het is zelfs mogelijk dat de heupkop helemaal niet meer in de kom komt. Dan is er sprake van heupluxatie. Bij een heupluxatie is de heupkop uit de kom. Deze aandoening komt voor bij 1 op de 1000 baby’s. Bij heupluxatie is er ook altijd sprake van heupdysplasie, terwijl een heupdysplasie wel kan voorkomen zonder dat er sprake is van een luxatie. Heupdysplasie is een van de meest voorkomende ontwikkelingsstoornissen die na de geboorte tot uiting komen. Heupdysplasie is niet pijnlijk, maar als deze afwijking niet wordt behandeld, kan later slijtage van de heupen ontstaan.

Hoe komt dat?

De oorzaak van heupdysplasie is niet helemaal duidelijk. De afwijking komt veel vaker voor bij meisjes dan bij jongens. Ook erfelijke factoren spelen een rol en de ligging van de baby in de baarmoeder lijkt van invloed te zijn: bij stuitligging komt heupdysplasie iets vaker voor. In hoeverre een bepaalde houding na de geboorte de afwijking kan verergeren, is moeilijk vast te stellen. Het dragen van de baby in een draagzak, in heup-spreid positie (M- houding), is in ieder geval gunstig. Strekken van de benen, bijvoorbeeld om de lichaamslengte te meten, wordt afgeraden.