Ergonomisch dragen in een speciale situatie - Draagconsulent Aafke Veldman
16848
post-template-default,single,single-post,postid-16848,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-theme-ver-10.0,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive

Ergonomisch dragen in een speciale situatie

Ergonomisch dragen in een speciale situatie

Alle kindjes vinden het erg fijn om gedragen te worden. En je kindje dragen tijdens een speciale situatie is daarom ook zeker mogelijk. Als gecertificeerd draagconsulent kan ik je hierover de juiste adviezen geven om je kindje in een speciale situatie ergonomische te kunnen dragen. Dit zal (indien nodig) altijd in overleg zijn met de behandelend arts en/ of (kinder-) fysiotherapeut.

Er zijn verschillende situaties waarbij je misschien denkt dat het niet mogelijk is om je kindje te dragen? Maar toch is veel mogelijk als er maar gebruik gemaakt wordt van de juiste knooptechniek, draagwijze of ergonomische drager. Hierdoor kan ergonomische dragen ook ingezet worden als (aanvulling) op de fysiotherapiebehandeling. Door het stimuleren en activeren van spieren, reflexen en gevoelens.

  1. Dragen van prematuur geboren kinderen
  2. Dragen van dysmatuur geboren kinderen
  3. Dragen van je tweeling
  4. Dragen van je kindje met heupdysplasie en/of heupluxatie
  5. Dragen van je kindje met klompvoetjes
  6. Dragen van je kindje met hypotonie – lage spierspanning (bijv. bij kindje met Syndroom van Down, Prader Willi Syndroom of Musculaire dystrofie)
  7. Kindje met hypertonie – verhoogde spierspanning, spierstijfheid
  8. Ouder(s) met een beperking
  9. Rolstoel gebonden ouder

 

1. Dragen van prematuur geboren kinderen:

Een op de tien kindjes wordt prematuur geboren. Je spreek van een prematuur geboren kindje wanneer een kindje voor de 37 weken zwangerschap is geboren. En hiervan wordt ongeveer 2 à 3% van de kinderen voor de 32 weken zwangerschap geboren en daardoor extreem prematuur geboren. Lees verder.

2. Dragen van dysmatuur geboren kinderen: volgt

3. Dragen van je tweeling: 

Je verwacht een tweeling of je tweeling is geboren, wat fantastisch! Maar wat als ze tegelijk graag bij je willen zijn, krampjes hebben of huilen? Precies, dragen! Maar hoe? Lees verder.

4. Dragen van je kindje met heupdysplasie en/of heupluxatie:

Dragen en heupdysplasie of een heupluxatie. Kan dat wel? Is er bij je kindje heupdysplasie of een heupluxatie geconstateerd, dan kan je zeker je            kindje blijven of gaan dragen. Wanneer je je kindje ergonomische draagt, wordt de juiste houding voor de ontwikkeling van de heupen ondersteund namelijk de M- houding. Lees verder.

5. Dragen van je kindje met klompvoetjes: volgt

6. Dragen van je kindje met hypotonie – lage spierspanning (bijv. bij kindje met Syndroom van Down, Prader Willi Syndroom of Musculaire dystrofie): Meestal wordt direct of binnen drie maanden na de geboorte geconstateerd dat je kindje een verlaagde spierspanning heeft. De medische term hiervoor is hypotonie. Lees verder.

7. Kindje met hypertonie – verhoogde spierspanning, spierstijfheid: volgt

8. Ouder(s) met een beperking: volgt

9. Rolstoel gebonden ouder: volgt